Succesverhaal: maximale ondersteuning

“Tikkie, jij bent ‘m!” Met een lach op zijn gezicht rent Max snel weer verder. “Niets is leuker dan rennen, zo hard mogelijk”, denkt hij bij zichzelf.

Tijdens het buitenspelen speelt Max het liefst een tikspel met zijn vriendjes. In zijn enthousiasme struikelt hij hierbij vaak over zijn eigen voeten en valt hij dus regelmatig op de grond. “Au!” Weer gevallen. “Tatu, tatu, tatu”, trainer Bram doet een ambulance na als hij Max te hulp schiet. “Gaat het?” “Ja”, Max knikt, maar hij lijkt te balen. Max lijkt na iedere val weer getroost te willen worden door de trainers. Het valt hen hierbij op dat hij het dan vaak groter maakt dan het daadwerkelijk is. Zij vinden het uiteraard niet erg om Max te troosten, maar het vallen heeft ook vaak een negatieve invloed op het spel dat wordt onderbroken.

De helpende hand

“Tikkie, jij bent ‘m”, Max rent gelijk weer weg. Hij lacht. “Au!” klinkt het. Weer ligt hij voorover op de grond. De trainer ziet dat de kinderen om Max heen zijn gaan staan, maar dat zij niet goed lijken te weten wat zij moeten doen om Max te helpen. “Jongens, pak allemaal Max’ hand”, zegt trainer Bram. De kinderen aarzelen eerst, maar vervolgens reiken drie van hen hun hand uit naar Max. Verbaasd staat hij op.

De keren daarna blijven de trainers op een wat grotere afstand. Ze moedigen de kinderen aan om Max te helpen met opstaan. En wat blijkt? Max laat zich steeds sneller helpen en de pijn lijkt sneller over te gaan. Ook verloopt het spel positiever. “Hoe gaat het met Max?” vraagt zijn vader een paar weken later aan trainer Bram. “Hij rent als nooit te voren! En belangrijker nog: hij valt nooit meer sinds dat de andere kinderen hem helpen.” “Wow! Dat is goed nieuws”, antwoord de vader van Max. “Zeker”, zegt trainer Bram en hij begint te lachen. “Alleen jammer dat ik nooit meer ambulance mag spelen.”

Terug naar blog